Theatermaken
Sterren meten populariteit, niet kwaliteit.
We rangschikken keuzedelen binnen dezelfde groep (zelfde niveau + zelfde aard, bv "Verdiepend op niveau 4").
- Top 5% → ★★★★★
- Top 25% → ★★★★
- Top 50% → ★★★
- Top 75% → ★★
- Rest → ★
- <20 studentkeuzes → geen sterren
Score = 40% volume + 30% breedte + 30% conversie.
Bron: DUO MK11-peildatum 2025-11-25. Een keuzedeel met weinig sterren is niet automatisch slecht — het kan nieuw of niche zijn.
Zelf bouwen of inkopen?
Beschikbaar bij
Nog geen aanbieder bekend bij ons voor dit keuzedeel.
Mogelijk leveren een of meer van onze 4 bekende aanbieders (Boom, Savantis, Uitgeversgroep, All You Can Learn) dit keuzedeel ook — we hebben hun volledige aanbod nog niet gekoppeld. Bekijk alle aanbieders →
Algemene informatie
Beschrijving van het keuzedeel
Relevantie
Toelichting
Uitwerking
1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.
D1-K1
Maakt een theatraal product
4 werkprocessen
· 13 kennis/vaardigheden
▼
Complexiteit
De beginnend beroepsbeoefenaar schept hedendaagse theatrale producten. In zijn/haar rol van theatermaker vertaalt hij/zij artistieke ideeën in een theatraal ontwerp en hij/zij vertaalt dit ontwerp naar de spelvloer. Hierbij moet hij/zijn zijn/haar scheppingsvermogen en verbeeldingskracht ten volle aanspreken vanuit zijn vakdeskundigheid en dat maakt deze rol complex. De beginnend beroepsbeoefenaar beschikt over brede en specialistische kennis en vaardigheden op het gebied van theatermaken.
Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
De theatermaker bereidt zich zelfstandig voor op en neemt verantwoordelijkheid voor diens artistieke en leidende rol binnen het maakproces, van idee tot en met de uitvoering van het theatrale product. Hij/zij is verantwoordelijk voor het instrueren van spelers en technici.
Vakkennis en vaardigheden
De beginnend beroepsbeoefenaar:
- § heeft kennis van kunstfilosofie
- § heeft kennis van de geschiedenis van theatermaken
- § heeft brede kennis van het klassieke en hedendaagse theaterrepertoire
- § heeft kennis van de verschillende doelgroepen voor theater
- § heeft specialistische kennis van dramaturgie, acteerstijlen en regiestijlen
- § heeft specialistische kennis van het theatraal product wat betreft audiovisuele ervaring
- § heeft specialistische kennis van de psychologische en logische ontwikkeling van het personage
- § heeft specialistische kennis van de verschillende rollen en taken binnen de theaterproductie
- § heeft specialistische kennis van groepsprocessen binnen het artistieke proces
- § heeft kennis van methodieken die je nodig hebt om je regieconcept op inspirerende wijze bij je spelers over te brengen
- § kan zijn/haar beeldend en theatraal vermogen inzetten
- § kan kritisch naar zijn/haar eigen rol kijken
- § kan methodieken toepassen om het regieconcept op inspirerende wijze bij de spelers over te brengen
Werkprocessen (4)
D1-K1-W1 Zet zijn ideeën om in een theatraal ontwerp ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar maakt vanuit eigen ideeën, fascinatie en visie een theatraal ontwerp dat hij/zij helder uiteen weet te zetten. Hij/zij maakt een theatraal ontwerp dat betekenisvol is en rijk aan verbeeldingskracht. Hij/zij weet het eigen theatraal ontwerp binnen het actuele theaterlandschap te plaatsen. Hij/zij maakt in het theatraal ontwerp gebruik van uiteenlopende bronnen. Hij/zij laat in het theatraal ontwerp zien dramaturgisch inzicht te hebben en benoemt de bij het ontwerp passende/gewenste acteer- en regiestijlen. Hij/zij kan zijn/haar artistieke keuzes van het theatraal ontwerp onderbouwen en toont zich kritisch in zijn/haar denken.
Resultaat
ER ligt een concreet, betekenisvol en realistisch uitvoerbaar theatraal ontwerp.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- komt met verrassende ideeën voor het ontwerp, toont zich vindingrijk
- toont vakkundig inzicht bij de positionering van zijn ontwerp
- zoekt en gebruikt inspirerende bronnen
- De onderliggende competenties zijn: Vakdeskundigheid toepassen, Onderzoeken, Creëren en innoveren
Onderliggende competenties
D1-K1-W2 Vertaalt het theatraal ontwerp naar de spelvloer ▼
Omschrijving
D1-K1-W2: Vertaalt het theatraal ontwerp naar de spelvloer Nadat de beginnend beroepsbeoefenaar het theatraal ontwerp heeft gemaakt vertaalt hij/zij dit naar de spelvloer; wat wordt op de spelvloer verwacht van de spelers en wat is nodig m.b.t. de techniek. Hij/zij weet de dramaturgische betekenis van het ontwerp over te brengen en zet hierbij elementen als tijd, ruimte, handeling, tekst, beeld, licht en andere media bewust betekenisvol in. Hij/zij brengt dynamiek en tempo aan. Hij/zij verbindt vorm en inhoud aan elkaar. Tijdens het maakproces analyseert hij/zij de uitkomst van zijn handelingen op dramaturgie en betekenis. Hij/zij past het ontwerp waar nodig aan.
Resultaat
Er ligt een uitgewerkt ontwerp voor een voorstelling met een betekenisvolle dramaturgie.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- zet zijn/haar vakdeskundigheid optimaal in bij de vertaling van ontwerp naar spelvloer
- maakt heldere keuzes voor de wijze waarop hij/zij theatrale middelen inzet (spelers en techniek)
- analyseert consequenties van keuzes grondig alvorens tot definitieve conclusies te komen
- De onderliggende competenties zijn: Vakdeskundigheid toepassen, Materialen en middelen inzetten, Analyseren
Onderliggende competenties
D1-K1-W3 Regisseert de spelers ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar leidt en begeleidt het repetitieproces vanuit de dramaturgische betekenis. Hij/zij geeft concrete spelaanwijzingen aan de spelers. Hij/zij laat binnen het maakproces de spelers aanbod genereren. Hij/zij geeft de spelers feedback op hun aandeel in het repetitieproces. Hij/zij blijft kritisch en zoekt binnen de mogelijkheden van de spelers naar het hoogst haalbare. Hij/zij weet om te gaan met het krijgen van feedback.
Resultaat
Het repetitieproces is optimaal (be)geleid.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- geeft helder en vakkundig spelaanwijzingen en inspireert en motiveert de spelers
- creëert voor de spelers optimale mogelijkheden om het beste uit zichzelf te halen
- geeft spelers professioneel en constructief feedback
- maakt zijn/haar eigen gedrag bespreekbaar en bouwt een positieve, open werkrelatie op met de spelers
- De onderliggende competenties zijn: Begeleiden, Vakdeskundigheid toepassen, Samenwerken en overleggen
Onderliggende competenties
D1-K1-W4 Organiseert de uitvoering van het theatrale product ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar plant, organiseert en leidt het productieproces. Hij/zij communiceert voorafgaand aan en tijdens de repetities wat van de spelers wordt verwacht. Hij/zij communiceert voorafgaand aan en tijdens de voorstelling met technici wat technisch geregeld moet worden. Hij/zij leidt de technische doorloop en de generale repetitie. Hij/zij stimuleert dat alle betrokkenen een constructieve bijdrage leveren. Hij/zij is eindverantwoordelijk voor het gehele proces. Hierbij gaat het om een productie van beperkte omvang en anders om een deelproductie.
Resultaat
Alle betrokkenen hebben de gewenste bijdrage geleverd resulterend in het beoogde theatrale product uitgevoerd voor publiek.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- zorgt ervoor dat iedereen duidelijk weet wat de doelen en prioriteiten zijn
- D1-K1-W4: Organiseert de uitvoering van het theatrale product
- geeft concreet aan wat de bedoeling is en wat van iedereen wordt verwacht
- luistert aandachtig naar wat anderen inbrengen
- kan waar nodig snel schakelen, reageert proactief en stelt zich flexibel op naar het team
- De onderliggende competenties zijn: Aansturen, Plannen en organiseren, Aandacht en begrip tonen
- 6 van 6
Onderliggende competenties
Welke scholen geven dit?
Top 3 scholen op aantal studenten dat dit keuzedeel koos.
| School | Studenten | Opleidingen |
|---|---|---|
| ROC van Amsterdam | 66 | 1 |
| ROC Midden Nederland | 30 | 1 |
| Yonder | 27 | 1 |
Welke opleidingen kunnen dit kiezen?
Geen actieve koppelingen in SBB-data.
Heb jij dit keuzedeel gegeven?
Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.
Stel mij op de hoogte (Release 2)