Oriëntatie op de politie
Sterren meten populariteit, niet kwaliteit.
We rangschikken keuzedelen binnen dezelfde groep (zelfde niveau + zelfde aard, bv "Verdiepend op niveau 4").
- Top 5% → ★★★★★
- Top 25% → ★★★★
- Top 50% → ★★★
- Top 75% → ★★
- Rest → ★
- <20 studentkeuzes → geen sterren
Score = 40% volume + 30% breedte + 30% conversie.
Bron: DUO MK11-peildatum 2025-11-25. Een keuzedeel met weinig sterren is niet automatisch slecht — het kan nieuw of niche zijn.
Zelf bouwen of inkopen?
Beschikbaar bij
Nog geen aanbieder bekend bij ons voor dit keuzedeel.
Mogelijk leveren een of meer van onze 4 bekende aanbieders (Boom, Savantis, Uitgeversgroep, All You Can Learn) dit keuzedeel ook — we hebben hun volledige aanbod nog niet gekoppeld. Bekijk alle aanbieders →
Algemene informatie
Beschrijving van het keuzedeel
Relevantie
Toelichting
Uitwerking
1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.
D1-K1
Oriënteert zich op de politieorganisatie
2 werkprocessen
· 11 kennis/vaardigheden
▼
Complexiteit
De aard van de werkzaamheden is wisselend: de beginnend beroepsbeoefenaar voert een aantal praktijkopdrachten en activiteiten uit die verschillend van aard zijn, afhankelijk van de verschillende afdelingen binnen de politieorganisatie. Het werk van de politie zelf is ook wisselend door de verscheidenheid aan casussen, opdrachten en contexten binnen een constant wettelijk kader. De beginnend beroepsbeoefenaar heeft hiervoor kennis van de politieorganisatie en de 11 competenties van de toelating tot de basispolitieopleiding nodig, net als kennis van de eigen mogelijke rol binnen deze organisatie en van het eigen functioneren in relatie tot deze competenties. Het werk wordt complexer gemaakt door de omgang met vertrouwelijke informatie en het werken onder druk. Er is hierbij geen sprake van afbreukrisico.
Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
Om zich te handhaven in de politieorganisatie, voert de beginnend beroepsbeoefenaar de werkzaamheden zowel zelfstandig als in teamverband uit. De beginnend beroepsbeoefenaar legt verantwoording af over zijn/haar werkzaamheden aan zijn/haar leidinggevende van de politie. De beginnend beroepsbeoefenaar is zelf verantwoordelijk voor de eigen ontwikkeling ten opzichte van de competenties.
Vakkennis en vaardigheden
De beginnend beroepsbeoefenaar:
- § heeft kennis van zijn/haar cognitieve capaciteiten
- § heeft kennis van de werkprocessen, taken en functies binnen de diverse afdelingen in de politieorganisatie
- § heeft kennis van de beroepscode (de 4 kernwaarden integer, betrouwbaar, moedig en verbindend) van de politie
- § heeft kennis van de 11 competenties van de toelating tot de basispolitieopleiding
- § kan eigen leerdoelen in relatie tot de 11 competenties van de Politie benoemen
- § kan feedback vragen en geven
- § kan hulp inroepen van derden
- § kan politiemedewerkers bij zijn/haar leerproces betrekken
- § kan het eigen leerproces organiseren
- § kan op het eigen leerproces reflecteren door middel van reflectie- en evaluatietechnieken
- § kan opgedane kennis en ervaringen uitwisselen
Werkprocessen (2)
D1-K1-W1 Oriënteert zich op politiewerkzaamheden ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar oriënteert zich op het uitvoeren van de werkzaamheden die voor een politiemedewerker van belang zijn om te kunnen functioneren in de politieorganisatie. Hij/zij voert hiervoor opdrachten en activiteiten uit specifiek gericht op de afdeling/onderdeel. Voorbeelden van deze activiteiten zijn observeren bij politiewerk zoals arrestantenzorg vanuit het regionaal dienstencentrum of medewerkerscontact vanuit de meldkamer, meedoen aan dilemmatraining, omgevingsbewustzijnstraining of uniformgewenning in afstemming met de regionale eenheid, alsook deelname aan de voorlichting van de afdeling In-, Door- en Uitstroom van de politie. Hierbij dient de beginnend beroepsbeoefenaar met praktijkvoorbeelden te onderzoeken welke werkzaamheden horen bij de politie op de diverse afdelingen.
Resultaat
De verkregen opdrachten zijn naar tevredenheid van de leidinggevende uitgevoerd. Inzicht is verkregen in welke verschillende werkzaamheden de medewerkers van diverse politieafdelingen uitvoeren en in de beroepshoudingen die nodig zijn voor functioneren binnen de politie.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- neemt initiatief en toont een onderzoekende houding om antwoord te krijgen op de vraag in hoeverre hij/zij medewerker in de
- politieorganisatie wil en kan worden
- vraagt actief feedback over zijn/haar kennis en vaardigheden
- neemt actief deel aan de voorlichting van de afdeling In- Door- en Uitstroom (IDU) van de politie
- D1-K1-W1: Oriënteert zich op politiewerkzaamheden
- voert praktijkopdrachten en activiteiten correct en tijdig uit op diverse afdelingen in de politieorganisatie
- De onderliggende competenties zijn: Onderzoeken, Leren, Instructies en procedures opvolgen
Onderliggende competenties
D1-K1-W2 Oriënteert zich op de competenties van de politie ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar oriënteert zich op de 11 competenties van de toelating tot de basispolitieopleiding en de vier kernwaarden van de politie die voor elke politiemedewerker van belang zijn om te kunnen functioneren in het beroep van politiemedewerker. Hij/zij neemt daartoe actief deel aan activiteiten waardoor hij/zij inzicht krijgt in de beheersing van de huidige eigen competenties in relatie tot de competenties van de politiemedewerker. Hij/zij reflecteert daarbij aan de hand van de activiteiten op de eigen capaciteiten en persoonlijkheid in relatie tot de functie van politiemedewerker, en op zijn/haar eigen groeiproces en kan die met bewijzen onderbouwen. Hij/zij voert reflectiegesprekken uit, waardoor hij/zij inzicht krijgt in de competenties en eigenschappen die belangrijk zijn in de politieopleiding. Daarbij reflecteert de beginnend beroepsbeoefenaar op de vraag of hij/zij als toekomstig medewerker in de politieorganisatie zou willen en kunnen werken. Om een beter beeld te krijgen van de kansen om door de selectie voor de politieopleiding te krijgen, wordt de capaciteitentest voor de toelating bij de Politie, de cognitieve capaciteit politie (CCP)-test, ter oriëntatie uitgevoerd.
Resultaat
De cognitieve capaciteit politie (CCP)-test is uitgevoerd. Inzicht in de competenties en eigenschappen van een politiemedewerker is verkregen in relatie tot het eigen functioneren. Inzicht is verkregen in welke functies binnen de politie aan zouden kunnen sluiten op de eigen kwaliteiten en eigen ontwikkelpunten.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- kan de eigen competenties in relatie tot de 11 competenties en vier kernwaarden van de politie realistisch evalueren
- handelt conform de 11 competenties en vier kernwaarden van de politie
- vraagt actief feedback over zijn competenties in relatie tot de 11 competenties en de vier kernwaarden van de politie en
- reflecteert hier realistisch op
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Onderzoeken, Leren
- 5 van 5
Onderliggende competenties
Welke scholen geven dit?
Top 8 scholen op aantal studenten dat dit keuzedeel koos.
| School | Studenten | Opleidingen |
|---|---|---|
| ROC van Amsterdam | 108 | 4 |
| Zadkine | 98 | 2 |
| Aventus | 54 | 5 |
| ROC Flevoland | 36 | 1 |
| ROC Mondriaan | 33 | 1 |
| ROC Alfa-college | 2 | 2 |
| Curio | 1 | 1 |
| ROC Midden Nederland | 1 | 1 |
Welke opleidingen kunnen dit kiezen?
Geen actieve koppelingen in SBB-data.
Heb jij dit keuzedeel gegeven?
Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.
Stel mij op de hoogte (Release 2)