k keuzedelen.info
K1492 aS Verbredend

Duurzaam handelen in de beroepspraktijk geschikt voor niveau 4

240 SBU SBB: techniek en gebouwde omgeving 0 opleidingen kunnen dit kiezen
🤔

Zelf bouwen of inkopen?

🛠 Zelf bouwen
Studielast voor de student is 240 SBU. Reken voor docent-tijd ruwweg 30–60 uur aan voorbereiding, lesmateriaal en toetsing.
Voordeel: volledige controle. Risico: tijd + afhakers.
🤝 Inkopen bij aanbieder
Smallere markt (0 opleidingen) — minder aanbieders maar mogelijk specialisten.
Voordeel: snel + bewezen. Kosten: wisselend.
🛒

Beschikbaar bij

2 aanbieders bieden kant-en-klare content voor dit keuzedeel — klik door voor reviews en aanvragen.

A
All You Can Learn
Online platform · cross-sector
Zorgeloos keuzedelen geven. Van eerste les tot examen.
S
Savantis
Specialist · vakmanschap
Compleet aanbod lesmateriaal voor keuzedelen mbo.

Bron: openbare aanbod-overzichten van de aanbieders zelf. Mist hier een aanbieder die dit keuzedeel ook levert? Vraag hier of de aanbieder een verbetering aan via hun pagina.

Algemene informatie

Beschrijving van het keuzedeel

Het keuzedeel 'Duurzaam handelen in de beroepspraktijk (voor niveau 4)' richt zich op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden om duurzaam handelen te onderzoeken en verbeteren op verschillende niveaus. De beginnend beroepsbeoefenaar onderzoekt persoonlijke gedragsverbeteringen op het gebied van duurzaam handelen in de beroepspraktijk (microniveau) en brengt het duurzaam handelen van (een onderdeel van) een organisatie in kaart (mesoniveau). Ook onderzoekt de beginnend 3 van 9 D1: Duurzaam handelen in de beroepspraktijk geschikt voor niveau 4 beroepsbeoefenaar de verbetermogelijkheden of maatregelen voor verduurzaming van een (externe) productieketen of sector (macroniveau). Indien relevant, verzamelt de beroepsbeoefenaar gegevens in een internationale context. Op basis van de bevindingen formuleert de beginnend beroepsbeoefenaar een concreet en goed onderbouwd verbeterplan voor verduurzaming van een organisatie(onderdeel) of (productie)proces. Hierbij worden zowel verbeterpunten in het eigen handelen als verduurzamingskansen in externe productieketens of sectoren meegenomen. Naast het onderzoeken van mogelijke verbeteringen op verschillende niveaus, leert de beginnend beroepsbeoefenaar de impact te bepalen van in ieder geval één van de voorgestelde verbeteringen, waarbij zowel directe als indirecte gevolgen inzichtelijk worden gemaakt en de haalbaarheid wordt aangegeven. De beginnend beroepsbeoefenaar presenteert het verbetervoorstel en draagt zo bij aan een de verduurzaming van de beroepspraktijk.

Relevantie

Duurzaamheid wordt steeds belangrijker in de beroepspraktijk, niet alleen vanwege strengere (milieu)regels, maar ook door de groeiende maatschappelijke en economische focus op verantwoord ondernemen. Organisaties hebben professionals nodig die verder gaan dan enkel duurzaam handelen; zij moeten ook in staat zijn om kritisch te analyseren, kansen voor verduurzaming te identificeren en doordachte adviezen te geven die bijdragen aan een duurzame toekomst van een organisatie(onderdeel). In dit keuzedeel leert de beroepsbeoefenaar op niveau 4 hoe duurzaamheid verder te integreren in zowel het eigen handelen als in processen binnen een organisatie(onderdeel) of (productie)proces. Daarbij worden ook de verbetermogelijkheden of maatregelen binnen externe productieketens of sectoren meegenomen. De beroepsbeoefenaar onderzoekt mogelijke verbeterpunten in de hele keten, van grondstoffen tot recycling en dit ook (indien relevant) in een internationale context zodat verbeteringen aansluiten op de eisen van een steeds meer globaliserende beroepspraktijk. Ook bepaalt de beginnend beroepsbeoefenaar de impact van minstens één van de voorstellen voor de verbetering van duurzaam handelen van een organisatie(onderdeel) of (productie)proces. De beginnend beroepsbeoefenaar leert kansen voor verduurzaming te signaleren en hierover heldere en onderbouwde adviezen te formuleren. Hiermee wordt de beginnend beroepsbeoefenaar een belangrijke medewerker in het proces van verduurzaming van een organisatie(onderdeel) of (productie)proces. Dit versterkt niet alleen de waarde van de beginnend beroepsbeoefenaar binnen de beroepspraktijk, maar het biedt ook betere kansen op een duurzame carrière in een wereld waarin verantwoord ondernemen steeds belangrijker wordt.

Toelichting

De keuzedelen Duurzaam handelen in de beroepspraktijk A t/m D zijn ontwikkeld voor niveau 1 t/m 4 en zijn opgebouwd in moeilijkheidsgraad. De kerntaak en werkprocessen in de keuzedelen zijn vormgegeven vanuit het systeemdenken en een drievoudige niveaubenadering op het gebied van duurzaamheid. De niveaus zijn: * micro: wat kun je zelf doen in jouw beroepspraktijk/de situatie in je beroep; * meso: wat kun je doen in een (deel van een) organisatie en; * macro: wat kun je doen in de productieketen of sector. In het keuzedeel voor niveau 4 worden alle niveaus behandeld. Het doel van het keuzedeel 'Duurzaam handelen in de beroepspraktijk (voor niveau 4)' is dat de beginnend beroepsbeoefenaar praktische kennis en vaardigheden ontwikkelt op het gebied van duurzaam handelen in de beroepspraktijk. De beroepsbeoefenaar leert kritisch te kijken naar het eigen duurzame handelen, naar duurzaamheid binnen een organisatie(onderdeel) of (onderdeel van een productie)proces en naar de mogelijkheden en/of maatregelen voor verduurzaming binnen een productieketen of sector. Daarnaast leert de beginnend beroepsbeoefenaar om op basis van deze analyses een verbeterplan te formuleren voor een organisatie(onderdeel) of (productie)proces. Hierbij worden naast mogelijke verbeteringen in het organisatie(onderdeel) of (productie)proces ook de verbeterpunten in het eigen handelen en verbeteringen of maatregelen in een externe productieketen of sector meegenomen. De beginnend beroepsbeoefenaar bepaalt vervolgens de impact van in ieder geval één van de voorstellen voor verbetering, waarbij zowel de directe als bredere gevolgen in kaart worden gebracht.
Studielast
240 SBU
Aard
Verbredend
Certificaat
Nee
Beroepsvereisten
Nee
Branchevereisten
Nee
Sectorkamer
techniek en gebouwde omgeving
Bron
SBB-PDF →

Uitwerking

1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.

D1-K1
Onderzoekt en adviseert over duurzaam handelen in de beroepspraktijk
6 werkprocessen · 42 kennis/vaardigheden

Complexiteit

De beginnend beroepsbeoefenaar voert werkzaamheden uit die een combinatie vragen van standaardprocedures en maatwerk, afhankelijk van de specifieke organisatie(onderdelen), (productie)processen of externe contexten waarin die werkzaam is. De werkomgeving is divers, complex en soms onvoorspelbaar en kan zowel interne als externe processen omvatten, inclusief een internationale context. Om bij te dragen aan verduurzaming, verzamelt de beginnend beroepsbeoefenaar informatie via verschillende methoden, bronnen en stakeholders. Dit proces kan complex zijn bij multidisciplinaire vraagstukken, wanneer gestandaardiseerde informatie ontbreekt, er tegenstrijdige belangen spelen of wanneer er beperkte toegang is tot cruciale gegevens, vooral in productieketens of sectoren waar externe partijen bij betrokken zijn. Ook kan het lastig zijn om in te schatten op welke wijze specifieke veranderingen in (eigen) duurzaam handelen bijdragen aan verduurzaming, omdat de effecten op de beroepspraktijk vaak pas op de lange termijn zichtbaar worden. Vooral bij het maken van een impactanalyse moet de beginnend beroepsbeoefenaar rekening houden met de lange termijn effecten, die vaak moeilijk te voorspellen zijn. Duurzaamheid is multidisciplinair en vereist begrip van complexe systemen, afhankelijkheden binnen ketens en tegenstrijdige belangen, bijvoorbeeld tussen economische en ecologische doelen. Daarnaast moet de beginnend beroepsbeoefenaar kunnen omgaan met incomplete informatie en de dynamiek van innovaties op het gebied van duurzaamheid. Er is een afbreukrisico omdat de beginnend beroepsbeoefenaar verantwoordelijk is voor de kwaliteit, relevantie, haalbaarheid en mate van innovatie van adviezen die impact kunnen hebben op een organisatie(onderdeel). Hoewel de implementatie niet onder de directe verantwoordelijkheid van de beginnend beroepsbeoefenaar valt, kunnen het onderzoek en de adviezen invloed hebben op strategische keuzes in een organisatie(onderdeel). Onjuiste analyses of adviezen kunnen leiden tot inefficiënte verduurzamingsmaatregelen, reputatieschade of verspilling van tijd en middelen.

Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

De beginnend beroepsbeoefenaar voert de taken zelfstandig uit en draagt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, relevantie en haalbaarheid van resultaten van de eigen werkzaamheden, voorstellen en adviezen. Waar nodig werkt de beginnend beroepsbeoefenaar samen met collega's, leidinggevenden en/of stakeholders, mogelijk ook binnen andere ketens, sectoren of in een internationale context. Hoewel de beginnend beroepsbeoefenaar verantwoordelijk is voor de inhoudelijke kwaliteit van de adviezen, ligt de verantwoordelijkheid voor de keuze en implementatie van voorgestelde oplossingen bij anderen. Voor vragen of suggesties kan de beginnend beroepsbeoefenaar advies inwinnen bij ervaren collega's of leidinggevenden.

Vakkennis en vaardigheden

De beginnend beroepsbeoefenaar:

  • § heeft brede kennis van duurzaamheidsthema's in de eigen leef- en werkomgeving
  • § heeft brede kennis van klimaatverandering en biodiversiteit
  • § heeft brede kennis van omgang met en hergebruik van grondstoffen en materialen en afvoer van reststoffen
  • § heeft brede kennis van duurzame materialen, middelen en technieken
  • § heeft brede kennis van duurzame energie
  • § heeft kennis van circulaire economie, donuteconomie en betekeniseconomie
  • § heeft brede kennis van de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG: Sustainable Development Goals)
  • § heeft kennis van de Inner Development Goals (IDG)
  • § heeft brede kennis van ecologische, sociale en economische duurzaamheid (maatschappelijk verantwoord ondernemen)
  • § heeft kennis van wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid, bijvoorbeeld de Europese richtlijn CSRD (Corporate
  • Sustainability Reporting Directive)
  • § heeft brede kennis van ketendenken (de schakels in de keten van productie tot levering van grondstof tot eindproduct, tot
  • aan afvoer en recycling)
  • § heeft kennis van logistieke processen en hun impact op duurzaamheid
  • § heeft kennis van de oorsprong van grondstoffen en duurzamere alternatieven, reststoffen, water- en energiegebruik,
  • middelengebruik (chemisch, gifstoffen, toevoegingen) en transport (inkoop en verkoop)
  • § heeft kennis van innovatieve technologieën, methoden en technieken om verduurzaming te realiseren
  • § heeft brede kennis van het verkleinen van de ecologische voetafdruk
  • § heeft brede kennis van het vergroten van de ecologische hand(af)druk
  • § heeft brede kennis van de effecten van verduurzaming op korte en lange termijn
  • § heeft kennis van concepten en indicatoren die inzicht geven in duurzaam handelen en het gebruik van natuurlijke
  • hulpbronnen (bijvoorbeeld Earth Overshoot Day)
  • § kan een methode en/of checklist gebruiken om de eigen ecologische voetafdruk te bepalen
  • D1-K1: Onderzoekt en adviseert over duurzaam handelen in de beroepspraktijk
  • § kan beoordelen hoe het eigen gedrag en gemaakte keuzes bijdragen aan duurzaamheid en zo de eigen ecologische
  • hand(af)druk bepalen
  • § kan de eigen motieven en bijdrage(n) voor duurzamer handelen benoemen
  • § kan duurzaamheidsproblematieken in een organisatie(onderdeel), productieketen of sector herkennen en benoemen
  • § kan relevante informatie verzamelen, ordenen en gebruiken om een probleem of vraagstuk te onderzoeken
  • § kan basale interviewtechnieken inzetten
  • § kan de betrouwbaarheid van bronnen en informatie beoordelen
  • § kan de belangrijkste onderdelen van een organisatie herkennen en het organisatiesystemen in kaart brengen
  • § kan een SWOT-analyse maken
  • § kan creatieve werkwijzen toepassen om nieuwe oplossingen te bedenken
  • § kan conflicterende belangen afwegen
  • § kan oorzaak-gevolgrelaties analyseren en begrijpen
  • § kan risicofactoren voor duurzaamheid in een organisatie(onderdeel) of (productie)proces bepalen
  • § kan de impact van een duurzame verandering in een organisatie(onderdeel) of (productie)proces onderzoeken en bepalen,
  • bijvoorbeeld met behulp van het principe van 'true pricing'
  • § kan een verbeterplan voor een organisatie(onderdeel) of (productie)proces opstellen
  • § kan redeneervaardigheden toepassen en gemaakte keuzes onderbouwen
  • § kan presentatievaardigheden en -technieken toepassen

Werkprocessen (6)

D1-K1-W1 Onderzoekt het eigen duurzaam handelen in de beroepspraktijk
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar vergroot diens kennis over en inzicht in duurzaamheid door gegevens te verzamelen en patronen in het eigen handelen/gedrag in de beroepspraktijk te identificeren. De beginnend beroepsbeoefenaar bepaalt de eigen ecologische voetafdruk en de ecologische hand(af)druk, analyseert de uitkomsten daarvan en identificeert de gedragsverbeteringen die de meeste impact op duurzaam handelen kunnen hebben. De beginnend beroepsbeoefenaar kan de Inner Development Goals (IDG’s) daarbij als inspiratie gebruiken. Vervolgens formuleert de beginnend beroepsbeoefenaar concrete verbetermogelijkheden voor het eigen handelen in de beroepspraktijk en beschrijft hoe deze verbeteringen kunnen worden uitgevoerd. Dit alles wordt vastgelegd in een persoonlijk verbeterplan.

Resultaat

Een ecologische voetafdruk en hand(af)druk van het eigen duurzaam handelen in de beroepspraktijk zijn gemaakt en verwerkt in een persoonlijk verbeterplan.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • toont door actieve deelname interesse in (nieuwe) ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid in het eigen vakgebied
  • maakt nauwkeurig en zorgvuldig gebruik van een methode en/of checklist om de voetafdruk en hand(af)druk te bepalen
  • observeert en beoordeelt kritisch het eigen werk en werkwijzen
  • beoordeelt de beschikbare informatie kritisch en nauwkeurig op betrouwbaarheid en relevantie
  • selecteert relevante gegevens
  • combineert informatie uit verschillende bronnen nauwgezet
  • trekt logische en relevante conclusies uit beschikbare informatie
  • formuleert kernachtig en gestructureerd
  • De onderliggende competenties zijn: Formuleren en rapporteren, Analyseren, Onderzoeken
Onderliggende competenties
Analyseren Formuleren en rapporteren Onderzoeken
D1-K1-W2 Onderzoekt duurzaam handelen binnen kernactiviteiten van een organisatie(onderdeel)
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar verzamelt informatie over de huidige situatie van duurzaam handelen binnen kernactiviteiten van een organisatie(onderdeel) of (productie)proces. De beginnend beroepsbeoefenaar brengt de schakels in de keten van productie tot levering, van grondstof tot eindproduct, tot aan afvoer en recycling in kaart. Het gaat dan bijvoorbeeld om grondstoffen en transport daarvan, productie of verwerking, verpakking, levering aan klanten, gebruiksfase, afvoer en recycling van reststoffen en retourlogistiek. De Sustainable Development Goals (SDG’s) gebruikt die daarbij als inspiratiebron. Zo bepaalt D1-K1-W2: Onderzoekt duurzaam handelen binnen kernactiviteiten van een organisatie(onderdeel) de beginnend beroepsbeoefenaar bijvoorbeeld welke van de 17 SDG’s relevant zijn voor de (het) organisatie(onderdeel) of het (productie)proces. Daarnaast interviewt de beginnend beroepsbeoefenaar betrokkenen over hoe de (het) organisatie(onderdeel) omgaat met duurzaamheid op kernactiviteiten en vraagt naar voorbeelden uit de praktijk. De beginnend beroepsbeoefenaar vraagt naar ambities op het gebied van duurzaamheid en betrekt hierbij bijvoorbeeld de (toekomst)visie/-plannen van de (het) organisatie(onderdeel). De beginnend beroepsbeoefenaar analyseert en structureert de verzamelde informatie door te beschrijven wat goed en minder goed gaat op het gebied van duurzaam handelen binnen kernactiviteiten. De beginnend beroepsbeoefenaar documenteert praktijkvoorbeelden van duurzame initiatieven en mogelijke ambities in de keten binnen een organisatie(onderdeel) en beargumenteert hoe de organisatie bijdraagt aan de gekozen SDG's.

Resultaat

De huidige situatie van duurzaam handelen, praktijkvoorbeelden en (toekomst)visie/-plannen binnen kernactiviteiten van een organisatie(onderdeel) of (productie)proces zijn onderzocht en vastgelegd.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • let actief en aandachtig op ontwikkelingen in de (het) organisatie(onderdeel)
  • verzamelt informatie doelgericht en systematisch
  • gebruikt relevante bronnen vakkundig en doelgericht
  • kijkt vanuit een breed perspectief om nieuwe inzichten te ontwikkelen
  • stelt gerichte vragen om informatie te verkrijgen
  • toetst informatie kritisch op juistheid, betrouwbaarheid en relevantie
  • ordent de verzamelde gegevens overzichtelijk
  • legt verbanden en brengt een logische structuur aan in de verzamelde informatie
  • onderbouwt argumenten duidelijk en gestructureerd met feiten en voorbeelden
  • gebruikt toepasselijke vaktermen, begrippen en uitdrukkingen
  • De onderliggende competenties zijn: Formuleren en rapporteren, Samenwerken en overleggen, Onderzoeken
Onderliggende competenties
Formuleren en rapporteren Onderzoeken Samenwerken en overleggen
D1-K1-W3 Onderzoekt duurzaam handelen binnen kernactiviteiten van de eigen productieketen of sector
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar onderzoekt de kernactiviteiten binnen de ‘eigen’ productieketen of sector, zoals grondstofwinning, productie, transport, distributie en afvalverwerking. Vervolgens verzamelt de beginnend beroepsbeoefenaar informatie over duurzaamheid binnen deze kernactiviteiten, zoals energieverbruik, waterverbruik, gebruik grondstoffen en afvoer van reststoffen. De beginnend beroepsbeoefenaar betrekt daarbij interne en externe (en eventueel internationale) stakeholders, zoals collega's, leveranciers of klanten. De beginnend beroepsbeoefenaar vergelijkt de verzamelde gegevens met bestaande duurzaamheidsnormen, wet- en regelgeving en relevante SDG's. Daarbij analyseert de beginnend beroepsbeoefenaar niet alleen de huidige milieueffecten en -risico's van de kernactiviteiten, maar onderzoekt die ook hoe deze op korte en lange termijn bijdragen aan of afbreuk doen aan duurzaamheid. De beginnend beroepsbeoefenaar legt diens bevindingen schriftelijk, visueel en/of auditief vast, waarbij aandacht wordt besteed aan de relevantie voor de (het) organisatie(onderdeel) of (productie)proces van de beroepspraktijk.

Resultaat

Een onderzoek van duurzaam handelen binnen kernactiviteiten van de eigen productieketen of sector is uitgevoerd en vastgelegd.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • gebruikt relevante bronnen vakkundig
  • benadert interne en externe stakeholders op een open en professionele wijze
  • kijkt vanuit een breed perspectief en probeert nieuwe inzichten te verkrijgen
  • gebruikt passende, doelgerichte manieren om informatie te verkrijgen
  • D1-K1-W3: Onderzoekt duurzaam handelen binnen kernactiviteiten van de eigen productieketen of sector
  • controleert verzamelde informatie kritisch op juistheid, betrouwbaarheid en relevantie
  • ordent de verzamelde gegevens overzichtelijk
  • legt verbanden en creëert een logische structuur in de verzamelde informatie
  • signaleert accuraat en vakkundig milieueffecten en -risico's
  • gebruikt toepasselijke vaktermen, begrippen en uitdrukkingen
  • De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Formuleren en rapporteren, Onderzoeken
Onderliggende competenties
Formuleren en rapporteren Onderzoeken Samenwerken en overleggen
D1-K1-W4 Formuleert een verbeterplan voor duurzamer handelen in de beroepspraktijk
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar analyseert alle verzamelde informatie uit de eerdere werkprocessen: de bevindingen over het eigen duurzaam handelen (W1), het duurzaam handelen binnen een organisatie(onderdeel) of (productie)proces (W2) en het duurzaam handelen binnen een productieketen of sector (W3). De beginnend beroepsbeoefenaar verwerkt deze gegevens in een SWOT-analyse (SWOT = Strengths (sterktes), Weaknesses (zwaktes), Opportunities (kansen) en Threats (bedreigingen)), waarbij sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen van duurzaam handelen op micro-, meso- en macroniveau worden opgenomen. Ook verwerkt die praktijkvoorbeelden van duurzame initiatieven en relevante SDG’s in de SWOT-analyse. Op basis van deze analyse bedenkt en formuleert de beginnend beroepsbeoefenaar op creatieve wijze, concrete en onderbouwde voorstellen/oplossingen voor duurzamer handelen binnen een organisatie(onderdeel) of (productie)proces. De beginnend beroepsbeoefenaar werkt de voorstellen/oplossingen uit in een (schriftelijk, visueel en/of auditief) verbeterplan, waarin zowel suggesties voor verbetering staan als manieren hoe de (het) organisatie(onderdeel) de voorgestelde verbeteringen kan doorvoeren.

Resultaat

Een verbeterplan voor duurzamer handelen in de beroepspraktijk van een organisatie(onderdeel) of (productie)proces is geformuleerd en vastgelegd.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • brengt een logische structuur aan in de verzamelde informatie
  • toetst informatie kritisch op juistheid, betrouwbaarheid en relevantie
  • trekt relevante conclusies uit de beschikbare informatie
  • kijkt vanuit een breed perspectief en komt met nieuwe ideeën of oplossingen
  • toont zich creatief bij het initiëren van voorstellen voor verbetering
  • komt met realistische en passende voorstellen voor de situatie van de (het) organisatie(onderdeel) of (productie)proces
  • legt de informatie op gestructureerde wijze vast
  • De onderliggende competenties zijn: Formuleren en rapporteren, Analyseren, Onderzoeken, Creëren en innoveren
Onderliggende competenties
Analyseren Creëren en innoveren Formuleren en rapporteren Onderzoeken
D1-K1-W5 Brengt de impact in kaart van een verbetering van duurzaam handelen van een organisatie(onderdeel)
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar selecteert één van de verbeteringen uit het verbetervoorstel (W4). Dit kan bijvoorbeeld gaan over energieverbruik, materiaalgebruik, afvalbeheer, CO2-uitstoot, biodiversiteit of maatschappelijke impact. De beginnend beroepsbeoefenaar bepaalt, met behulp van analysetechnieken en impactmodellen, de ecologische, financiële en sociale waarde (maatschappelijk verantwoord ondernemen) van het ‘verbeterde’ product, dienst of proces. Daarnaast bepaalt die de verwachte opbrengsten/voordelen van de duurzaamheidsverbetering en de mogelijke gevolgen die een duurzaamheidsverbetering voor de (het) organisatie(onderdeel) met zich meebrengt. Hierbij houdt de beginnend beroepsbeoefenaar rekening met de volledige keten/het systeem van productie en levering van grondstoffen tot eindproduct en van afvoer en recycling van reststoffen, en is die alert op mogelijke verspilling en risico’s zoals hogere kosten, leveringsproblemen, kwaliteitsverschillen of operationele knelpunten. De beginnend beroepsbeoefenaar legt diens bevindingen schriftelijk, visueel en/of auditief vast.

Resultaat

D1-K1-W5: Brengt de impact in kaart van een verbetering van duurzaam handelen van een organisatie(onderdeel) De impact van een verbetering van duurzaam handelen van een organisatie(onderdeel) is in kaart gebracht.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • kiest weloverwogen en doelgericht uit de verbetermogelijkheden
  • past analysetechnieken en impactmodellen correct toe en beoordeelt kritisch de uitkomsten
  • weegt zorgvuldig de waarde en opbrengsten/voordelen tegen elkaar af
  • is alert op verspilling en risico's
  • legt de informatie op gestructureerde wijze vast
  • De onderliggende competenties zijn: Formuleren en rapporteren, Bedrijfsmatig handelen
Onderliggende competenties
Bedrijfsmatig handelen Formuleren en rapporteren
D1-K1-W6 Presenteert een verbeterplan voor duurzamer handelen in de beroepspraktijk
Omschrijving

De beginnend beroepsbeoefenaar analyseert alle verzamelde informatie en berekende gegevens en trekt conclusies met betrekking tot de in diens ogen meest duurzame en haalbare verbetering(en) voor de (het) organisatie(onderdeel) of (productie)proces (W5). De beginnend beroepsbeoefenaar maakt een schriftelijk, visueel en/of auditief product/rapportage met daarin diens voorstel voor verbetering(en) op het gebied van duurzaam handelen van een organisatie(onderdeel) of (productie)proces. Daarin zijn ook de huidige situatie van de organisatie/(productie)proces, praktijkvoorbeelden, de gemaakte keuzes en mogelijke richtingen voor duurzaam handelen in de toekomst opgenomen. De beginnend beroepsbeoefenaar presenteert het verbetervoorstel aan collega's en/of leidinggevende, geeft toelichting en beantwoordt vragen.

Resultaat

Het verbeterplan voor duurzamer handelen in een organisatie(onderdeel) of (productie)proces is gepresenteerd.

Gedrag
  • De beginnend beroepsbeoefenaar:
  • combineert informatie uit verschillende bronnen nauwgezet
  • maakt logische gevolgtrekkingen uit beschikbare informatie
  • benoemt en verwijst naar relevante en betrouwbare bronnen
  • formuleert kernachtig en gestructureerd
  • presenteert op een heldere, overzichtelijke en boeiende wijze
  • geeft duidelijk en correct antwoord op vragen
  • De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Presenteren, Analyseren
  • 9 van 9
Onderliggende competenties
Analyseren Presenteren Samenwerken en overleggen

Welke opleidingen kunnen dit kiezen?

Geen actieve koppelingen in SBB-data.

Heb jij dit keuzedeel gegeven?

Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.

Stel mij op de hoogte (Release 2)