Zelf bouwen of inkopen?
Beschikbaar bij
1 aanbieder biedt kant-en-klare content voor dit keuzedeel — klik door voor reviews en aanvragen.
Bron: openbare aanbod-overzichten van de aanbieders zelf. Mist hier een aanbieder die dit keuzedeel ook levert? Vraag hier of de aanbieder een verbetering aan via hun pagina.
Algemene informatie
Beschrijving van het keuzedeel
Relevantie
Toelichting
Uitwerking
1 kerntaak, elk met 0 werkprocessen. Klik om uit te klappen.
D1-K1
Ondersteunt jongeren in het proces naar volwassenheid
4 werkprocessen
· 28 kennis/vaardigheden
▼
Complexiteit
De beginnend beroepsbeoefenaar is werkzaam binnen de sociaal pedagogische basis (in de wijk, op school en/of online) en heeft veelal te maken met een steeds wisselende en niet of weinig gestructureerde omgeving. Het werk kent weinig routine, omdat de kenmerken van de jongere(n), de aard van de problematiek en de leefomgeving telkens anders zijn. Dit vraagt om flexibiliteit, aanpassingsvermogen en het toepassen van een combinatie van jongerenwerkmethodieken. Het werk is complex doordat het naast begeleiding van jongeren ook intensieve samenwerking vereist met zowel het formele netwerk (professionals zoals hulpverleners, gemeenteambtenaren, politie, vrijwilligers) als het informele netwerk (zoals ouders, familie en peers), waarbij uiteenlopende belangen en communicatievormen samenkomen. Dit vraagt om veel te schakelen tussen verschillende partijen. Bovendien vraagt de signalerende rol door vroegtijdige herkenning van problemen inzicht in de leefwereld van jongeren, vertrouwen en afstemming. Voor een goede werkuitoefening past de beginnend beroepsbeoefenaar brede en (specialistische) kennis van en over jongeren toe, alsook specifieke vaardigheden om de jongeren te kunnen ondersteunen.
Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
De beginnend beroepsbeoefenaar werkt zowel zelfstandig als samen met collega’s en externe professionals aan een integrale aanpak passend bij de specifieke situatie van jongeren en de (urgente) maatschappelijke opgaven (zoals armoede, schulden en criminaliteit). De beginnend beroepsbeoefenaar is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de eigen werkzaamheden. Als de situatie daarom vraagt kan de beginnend beroepsbeoefenaar een beroep doen op diens leidinggevende waaraan die ook verantwoording aflegt.
Vakkennis en vaardigheden
De beginnend beroepsbeoefenaar:
- § Heeft brede en specialistische kennis van de (online) leefwereld van jongeren
- § Heeft brede en specialistische kennis van de heersende jongerencultuur en trends
- § Heeft kennis over wat jongerenwerk is, de verschijningsvormen en de maatschappelijke opdracht van jongerenwerk
- § Heeft kennis over positief opvoeden, ontwikkelingsgericht werken en de presentiebenadering
- § Heeft brede kennis van leefgebieden, kansen en uitdagingen van jongeren (gezin, sociaal, straat, online
- welzijn/gezondheid, wonen, werk, onderwijs, vrijetijdsbesteding, geld, relaties)
- § Heeft kennis van (lokaal preventief) jeugdbeleid en jeugdhulp en landelijke wetgeving gericht op jeugd
- § Heeft kennis over sociaal programmeren (inclusief de fasen: oriënteren, ontwerpen, organiseren, uitvoeren, evalueren)
- § Heeft kennis over de pedagogische opdracht van het jongerenwerk (pedagogische relatie en pedagogisch klimaat)
- § Heeft brede en specialistische kennis van de ontwikkelingstaken van jongeren (zoals emotionele, sociale, lichamelijke en
- seksuele ontwikkeling en toenemende behoefte aan zelfstandigheid)
- § Heeft kennis van jongerenwerkmethodieken, zoals multi-methodisch handelen, ambulant werken, groepswerk,
- talentgericht werken, ambulant jongerenwerk, individuele begeleiding, informatie & advies, werken met de omgeving,
- meidenwerk, inloop, online jongerenwerk
- § Heeft kennis over het belang van en het faciliteren van jongerenparticipatie
- § Heeft kennis van de sociale kaart
- § Kan communicatievaardigheden gericht op jongeren toepassen
- § Kan observatievaardigheden toepassen om tijdig kansen en risico’s bij jongeren te signaleren
- § Kan de systeem- en leefwereld van jongeren van elkaar onderscheiden
- § Kan schakelen tussen de jongeren, ouders en het netwerk (in de wijk)
- § Kan belangen en perspectieven van de volwassenenwereld en van jongeren(culturen) herkennen en benoemen
- § Kan verschillende leefwerelden van jongeren (gezin, school, wijk, online en straat) betrekken in diens ondersteuning
- § Kan passende communicatievaardigheden toepassen in de samenwerking met anderen
- § Kan schriftelijk en mondeling rapporteren naar het team en naar netwerkpartners volgens afspraken rondom
- informatiedeling
- § Kan jongerenwerkmethodieken gecombineerd toepassen in de praktijk
- § Kan feedbackvaardigheden toepassen
- § Kan belangen en perspectieven van de volwassenwereld en van jongeren(culturen) vertalen
Werkprocessen (4)
D1-K1-W1 Maakt contact met jongeren en inventariseert hun ondersteuningsbehoefte ▼
Omschrijving
D1-K1-W1: Maakt contact met jongeren en inventariseert hun ondersteuningsbehoefte De beginnend beroepsbeoefenaar oriënteert zich op de leefwereld en de sociale context waarin de jongere(n) zich bevindt/bevinden. De beginnend beroepsbeoefenaar observeert, legt contact en gaat in gesprek met de jongere(n) en probeert de jongere(n) tijdens meerdere (online) contactmomenten beter te leren kennen om een betekenisvolle relatie op te bouwen. Waar nodig zoekt die verbinding met andere professionals en betrokkenen om de jongere(n) heen om het totaalbeeld van de jongere(n) zo volledig mogelijk te krijgen. De beginnend beroepsbeoefenaar vraagt specifiek naar de behoefte(n) van de betreffende jongere(n), signaleert kansen en risico's en brengt deze in kaart. De beginnend beroepsbeoefenaar analyseert en de vragen, behoeften, knelpunten, mogelijkheden en onmogelijkheden van jongere(n) in relatie tot diens ontwikkeling. Vervolgens bepaalt die samen met de jongere(n) wat nodig is voor verdere groei.
Resultaat
Er is een vertrouwensband opgebouwd met de jongere(n) en de ondersteuningsbehoefte is in kaart gebracht.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- Werkt planmatig en systematisch volgens relevante jongerenwerkmethodieken
- Benadert de doelgroep, professionals en andere betrokkenen op een open en professionele wijze
- Legt contact door actief en aandachtig luister- en vraaggedrag
- Gebruikt taal die aansluit bij de belevingswereld, het taalniveau en de sociale context van de jongere(n)
- Bouwt actief aan de betekenisrelatie met jongeren door meerdere contactmomenten in te zetten
- Signaleert vroegtijdig kansen en risico’s bij de jongere(n)
- Trekt logische conclusies t.a.v de ondersteuningsbehoefte(n) van de jongere(n)
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Relaties bouwen en netwerken, Vakdeskundigheid
- toepassen, Analyseren
Onderliggende competenties
D1-K1-W2 Begeleidt en ondersteunt jongeren ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar maakt in overleg met de jongere(n), betrokkenen en/of de leidinggevende keuzes over de inzet van een passende ondersteunings-/begeleidingsaanpak en voert de aanpak uit. De ondersteuning/begeleiding kan gericht zijn op groepen, bijvoorbeeld bij activiteiten in het jongerencentrum of in de wijk (sport, muziek, games etc.) of het geven van voorlichting over onderwerpen die voor jongeren relevant zijn (gezondheid, (online) weerbaar zijn, omgaan met geld etc.). Hierbij speelt de beginnend beroepsbeoefenaar in op de diversiteit van de groep waarmee die werkt en stemt de begeleiding en ondersteuning af op hun behoeften. Daarnaast zorgt die waar nodig voor individuele begeleiding als een jongere specifieke ondersteuning nodig heeft. De beginnend beroepsbeoefenaar anticipeert op mogelijke problemen bij jongeren en zet de persoonlijke kwaliteiten en talenten van de jongere(n) waarmee die werkt in om de jongere(n) zelfregie en verantwoordelijkheid te leren nemen over het eigen leven en de eigen ontwikkeling. De beginnend beroepsbeoefenaar stimuleert de jongere(n) in het ontwikkelen van kwaliteiten en talenten en om zelf eventuele (beginnende) problemen aan te pakken, bijvoorbeeld door vragen te stellen over wat ze zelf willen leren, samen doelen te formuleren, samen een aanpak op te stellen of de jongere(n) aan te moedigen om deel te nemen aan activiteiten. De beginnend beroepsbeoefenaar betrekt hierbij de directe sociale omgeving van de jongere(n), evenals bredere maatschappelijke en culturele invloeden of laat de jongere(n) zelf diens omgeving erbij betrekken. Indien nodig verwijst de beginnend beroepsbeoefenaar door naar de juiste specialistische instanties.
Resultaat
Jongeren zijn begeleid en ondersteund in hun groeps- en/of persoonlijke ondersteuningsbehoeften.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- Werkt planmatig en systematisch volgens de relevante jongerenwerkmethodieken
- Stimuleert jongeren actief in hun ontwikkeling
- Handelt integer vanuit het belang van de jongere(n)
- Toont betrokkenheid en belangstelling in de leefwereld van jongeren en hun omgeving
- Toont aanpassingsvermogen om mee te kunnen bewegen in de dynamische leefwereld van jongeren en hun omgeving
- Bewaakt de eigen grenzen door effectief en tijdig door te verwijzen naar specialistische instanties
- D1-K1-W2: Begeleidt en ondersteunt jongeren
- Bouwt actief aan een betekenisrelatie met de jongere(n) tijdens het begeleiden
- De onderliggende competenties zijn: Begeleiden, Aandacht en begrip tonen, Ethisch en integer handelen, Relaties bouwen en
- netwerken, Vakdeskundigheid toepassen, Omgaan met verandering en aanpassen
Onderliggende competenties
D1-K1-W3 Werkt samen met (in)formele netwerkpartners ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar stemt af en werkt samen met professionals (zoals hulpverleners, gemeenteambtenaren, politie, vrijwilligers) en/of personen uit het informele netwerk (zoals ouders, gezin, peers) van de jongere(n) om deze zo optimaal mogelijk te ondersteunen. Dit doet die door informatie uit te wisselen, taken op elkaar af te stemmen en regelmatig contact te onderhouden over de voortgang en behoeften van de jongere(n). De beginnend beroepsbeoefenaar legt en versterkt verbindingen met deze netwerkpartners, bespreekt vraagstukken omtrent de jongere(n) en maakt afspraken om de ondersteuning te versterken. Tijdens afstemming met netwerkpartners brengt de beginnend beroepsbeoefenaar diens expertise in en bewaakt de grenzen van diens eigen specialisme. De beginnend beroepsbeoefenaar voert afspraken uit overleg en afstemming zonodig door in diens eigen handelen, bijvoorbeeld door de eigen ondersteunings-/begeleidingsaanpak aan te passen.
Resultaat
Er is afgestemd en samengewerkt met formele en informele netwerkpartners, eigen expertise is ingebracht en de (eigen) ondersteuning van de jongere(n) is indien nodig doelgericht aangepast.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- Werkt systematisch volgens relevante jongerenwerkmethodieken
- Legt actief contacten met formele en informele netwerkpartners
- Staat open voor ideeën, meningen en feedback van anderen
- Draagt eigen expertise op begrijpelijke wijze over aan anderen
- Communiceert op een professionele, onderhoudende manier met netwerkpartners
- Komt afspraken nauwgezet en tijdig na
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Relaties bouwen en netwerken, Vakdeskundigheid toepassen
Onderliggende competenties
D1-K1-W4 Evalueert het eigen handelen ▼
Omschrijving
De beginnend beroepsbeoefenaar verzamelt en bespreekt feedback over het eigen functioneren met collega’s en/of de leidinggevende/eindverantwoordelijke, en ook met de jongere(n) zelf. Daarnaast bedenkt die wat de gevolgen van het eigen handelen zijn. Hierbij reflecteert die op de taken die die uitvoert, de samenwerking met anderen, het nakomen van gemaakte afspraken, het bewaken van de eigen grenzen en de eigen (professionele) ontwikkeling. De beginnend beroepsbeoefenaar noemt verbeterpunten voor het eigen handelen, maakt zo nodig afspraken die voortkomen uit de evaluatie en legt deze vast.
Resultaat
De eigen werkzaamheden zijn geëvalueerd, eventuele verbeterpunten zijn geformuleerd en benodigde afspraken zijn gemaakt en vastgelegd.
Gedrag
- De beginnend beroepsbeoefenaar:
- Verzamelt actief en doelgericht feedback over het eigen functioneren
- Schetst een realistisch beeld van het eigen functioneren
- Draagt actief en doelgericht verbeteringen voor de eigen werkwijzen aan
- Legt afspraken indien nodig nauwkeurig vast
- De onderliggende competenties zijn: Samenwerken en overleggen, Leren, Omgaan met verandering en aanpassen
- 8 van 8
Onderliggende competenties
Welke opleidingen kunnen dit kiezen?
Geen actieve koppelingen in SBB-data.
Heb jij dit keuzedeel gegeven?
Schrijf een review voor collega-onderwijsmanagers en docenten. Verificatie via je school-mailadres.
Stel mij op de hoogte (Release 2)